Posts tonen met het label Voltaire. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Voltaire. Alle posts tonen

woensdag 18 mei 2011

11. Aan alle levens komt een eind...

Door Rosalien van Witsen
président Hénault

Over de dood van de president Hénault schrijft ze op 25 november 1770 aan Walpole:

‘De president is gisteren om zeven uur ’s morgens gestorven. Ik zag woensdag al dat de eindstrijd begonnen was. Die dag, en ook de dagen erna, leed hij niet meer en was hij niet meer bij kennis. Het was een uiterst zachte dood. Zijn kaarsje is gewoon gedoofd. Madame de Jonzac leek er bijzonder ondersteboven van te zijn, ik wat minder. Ik had er zoveel bewijzen van hoe weinig vriendschap hij voor me voelde dat ik het idee heb dat ik een gewone kennis heb verloren, maar, omdat onze relatie al heel lang bestond en iedereen dacht dat we intieme vrienden waren (behalve een paar mensen die iets van de dingen weten waarover ik me te beklagen heb), ontving ik van alle kanten blijken van medeleven.’

donderdag 21 april 2011

7. De salon van Madame du Deffand

Door Rosalien van Witsen

 Het duurt jaren voordat Madame du Deffand de stap naar een onafhankelijk bestaan zet. Omdat ze niet zonder mensen om zich heen kan, en vooral niet zonder sprankelende mensen, kiest ze voor het houden van een eigen salon, want haar behoefte aan afleiding wordt steeds groter.

Ze blijft voor het verdrijven van haar verveling, die haar steeds meer beheerst, afhankelijk van haar contacten met anderen, mondeling of per brief. Madame du Deffand is een extreem voorbeeld van de verveling. De hele mondaine wereld worstelt met de crisis van traditionele waarden en verwacht van intellectuelen en kunstenaars een nieuw referentiekader. Men heeft hen nodig om zich niet te vervelen.

De briefwisseling tussen Madame du Deffand en Voltaire is hiervan een boeiend voorbeeld. Steeds weer moedigt hij, de schrijver en filosoof, haar aan zich diepgaand met iets bepaalds bezig te houden. Steeds weer weigert Madame du Deffand dit. In feite is ze slachtoffer van haar aristocratische afkomst, maar ze geeft de meest uiteenlopende redenen voor haar onmacht om zich wezenlijk ergens in te verdiepen, zoals we in de briefwisseling met Voltaire zullen zien.

woensdag 13 april 2011

6. Verveling: 'ennui'

Door Rosalien van Witsen

In Sceaux ontmoet Madame du Deffand Voltaire, met wie ze een vriendschap voor het leven sluit. De omvangrijke correspondentie tussen hen is geheel bewaard gebleven. Voltaire heeft grote bewondering voor haar en de bewondering is wederzijds. Een gedichtje dat Voltaire in die tijd op haar maakte getuigt van de losse sfeer aan dit hof:

Wie u ziet en wie u hoort
Verliest al gauw zijn filosofische gedachten
En elke wijze zou als dwaas
Bij u zijn dagen doorbrengen en de nachten.


Madame du Maine

Ook tijdens deze lange periode van feesten en partijen, hoewel het geen orgieën zijn zoals tijdens de Régence, is Madame du Deffand ten prooi aan de ‘ennui’. Ze staat onder druk om steeds weer iets nieuws te bedenken voor Madame du Maine, altijd weer nieuwe festiviteiten. Ze wil eigenlijk niet langer als een soort ceremoniemeester bij haar in dienst zijn. Met veel moeite maakt ze zich los uit de jarenlange omstrengeling van Madame du Maine. Haar briefwisseling met Madame de Staal, met wie ze in deze tijd innig bevriend is en aan wie ze zich verwant voelt, geeft aan dat ze zich voorzichtig onttrekt aan de macht van Madame du Maine. Van deze brieven zijn alleen de brieven over van Madame de Staal, die de steun en toeverlaat, slaaf en voetveeg van Madame du Maine is. Zij regelt en bedenkt alles, samen met Madame du Deffand.

vrijdag 4 maart 2011

Briefwisseling met Voltaire

Inleiding en vertaling Jeanne Holierhoek

Een markiezin en een filosoof, allebei rond de zeventig. Zij zwaait de scepter over een bloeiende salon in Parijs, maar worstelt in die mondaine drukte met haar melancholie. Hij regeert met vaste hand over zijn landgoed in Ferney, maar vooral is hij bezig met lezen en schrijven. De sombere Madame du Deffand en de levenslustige Voltaire onderhouden contact via een vriendschappelijke, jarenlange briefwisseling. In de winter van 1766 peilen ze elkaars opvattingen over de zin van het leven. Het is niet de eerste keer en ze komen op dat punt ook niet echt dichter tot elkaar, maar het zijn mooie brieven.


Madame du Deffand aan Voltaire
Parijs, 14 januari 1766
Ik mis uw ontwikkeling en ook uw scherpe inzicht, maar mijn opvattingen komen met de uwe overeen. Eigenlijk lijkt het me niet onbelangrijk dat iedereen hetzelfde denkt. Het zou heel gunstig zijn als iedere bestuurder, van de koning tot aan de drost van het kleinste dorp, als principe en uitgangspunt een solide moraal had, want die alleen maakt mensen gelukkig en tolerant.

maandag 7 februari 2011

Waarde lezer,

In de komende maanden zal ik u deelgenoot maken van mijn correspondentie met Voltaire, Horace Walpole, le président Hénault, mijn nichtje Julie Lespinasse en vele anderen.

Mag ik u uitnodigen?

Marie Anne de Vichy-Chamrond, marquise du Deffand