woensdag 13 april 2011

6. Verveling: 'ennui'

Door Rosalien van Witsen

In Sceaux ontmoet Madame du Deffand Voltaire, met wie ze een vriendschap voor het leven sluit. De omvangrijke correspondentie tussen hen is geheel bewaard gebleven. Voltaire heeft grote bewondering voor haar en de bewondering is wederzijds. Een gedichtje dat Voltaire in die tijd op haar maakte getuigt van de losse sfeer aan dit hof:

Wie u ziet en wie u hoort
Verliest al gauw zijn filosofische gedachten
En elke wijze zou als dwaas
Bij u zijn dagen doorbrengen en de nachten.


Madame du Maine

Ook tijdens deze lange periode van feesten en partijen, hoewel het geen orgieën zijn zoals tijdens de Régence, is Madame du Deffand ten prooi aan de ‘ennui’. Ze staat onder druk om steeds weer iets nieuws te bedenken voor Madame du Maine, altijd weer nieuwe festiviteiten. Ze wil eigenlijk niet langer als een soort ceremoniemeester bij haar in dienst zijn. Met veel moeite maakt ze zich los uit de jarenlange omstrengeling van Madame du Maine. Haar briefwisseling met Madame de Staal, met wie ze in deze tijd innig bevriend is en aan wie ze zich verwant voelt, geeft aan dat ze zich voorzichtig onttrekt aan de macht van Madame du Maine. Van deze brieven zijn alleen de brieven over van Madame de Staal, die de steun en toeverlaat, slaaf en voetveeg van Madame du Maine is. Zij regelt en bedenkt alles, samen met Madame du Deffand.

woensdag 6 april 2011

5. De minnaar, le président Hénault

Door Rosalien van Witsen
le président Hénault

In 1730, misschien al eerder, ontmoet Madame du Deffand Charles-Jean-François Hénault, twaalf jaar ouder dan zij. Hij wordt ‘le président’ genoemd, omdat hij in 1710 benoemd is tot president van de eerste kamer van onderzoek (la première chambre des enquêtes). Hij is haar minnaar en steun en toeverlaat tot zijn dood in 1770. Hun relatie berust niet op liefde maar eerder op berekening. Madame du Deffand ziet de voordelen in van een verhouding met een rijke, alom gewaardeerd man als Hénault. Het portret dat hij van haar maakte laat indringend zien hoe le président Hénault over zijn minnares denkt.

donderdag 31 maart 2011

4. Het hof van Sceaux

Door Rosalien van Witsen

Madame du Deffand zoekt een uitweg, een nieuwe omgeving en vindt die in Sceaux, waar ze onmisbaar wordt voor Madame du Maine. In Sceaux bevindt zich het hof van deze Madame du Maine, die getrouwd is met een geëchte bastaardzoon van Lodewijk XIV en ze zwaait in Sceaux de scepter die ze tot haar verdriet niet over heel Frankrijk heeft kunnen zwaaien. Haar echtgenoot had gehoopt Lodewijk XIV op te volgen, maar na de vernietiging van het testament van deze laatste, is de macht aan zijn vijfjarige kleinzoon gekomen. Madame du Maine troost zich voor het verlies van de kroon door zich in grandioze feesten te storten en hieraan zal Madame du Deffand graag meewerken. Het leven dat zich aan dit hof afspeelt is van een verbijsterende luxe. De schilderijen van Watteau geven een indruk van de sfeer. Vrouwen in schitterende toiletten, paleizen met eigen toneel- en balzalen en parken met fonteinen waar ‘s nachts vuurwerk afgestoken wordt.

woensdag 23 maart 2011

3. Orgieën tijdens de Régence


Door Rosalien van Witsen

Philippe d'Orléans
Na de dood van Lodewijk XIV in 1715 volgt zijn kleinzoon Lodewijk XV, vijf jaar oud, hem op. Philippe d’Orléans, een neef van Lodewijk XIV, is tot 1723 regent. De laatste jaren van de regering van Lodewijk XIV heerste er aan het hof een strenge, devote sfeer. Hierop komt een reactie tijdens de Régence. Philippe had veel interesse in de politiek en was een erudiet man, maar hij had ook een hang naar genot en verkwisting. Hij nam gedurfde politieke besluiten en daarnaast zorgde hij voor een uitbundig leven van plezier aan het hof.
In deze tijd is het huwelijk in de hogere kringen niet meer dan een formaliteit, een contract om het voortbestaan van de naam te garanderen, en echtelijke trouw of liefde is ronduit belachelijk. De opvoeding tot de wereldse maatschappij leert meisjes veinzen, zich te gedragen volgens bepaalde regels die het uiterlijk fatsoen garanderen. De welvoeglijkheid eist dat ze zich keurig voordoen, maar het is een valse vorm van keurigheid. Alleen de schijn van een braaf huwelijk wordt opgehouden en wat de man en ook de vrouw verder aan buitenechtelijke avonturen beleven is wel bekend, maar moet binnen bepaalde perken blijven, en Madame du Deffand gaat deze perken al gauw te buiten.

donderdag 17 maart 2011

2. Marie Vichy-de Chamrond wordt Madame du Deffand

Door Rosalien van Witsen

Als dochter uit een oud, maar niet zeer vermogend adellijk geslacht wordt Marie Vichy-de Chamrond vanuit de Bourgogne naar de school van het klooster van de Madeleine du Traisnel gestuurd, in de rue de Charonne in Parijs. Het is niet alleen een internaat voor jonge meisjes waar ze een opvoeding zonder enige diepgang krijgen, die het midden houdt tussen de wijding aan God en aan het wereldse leven, maar het klooster is ook een toevluchtsoord voor dames die een ongelukkige liefde achter de rug hebben en zich even willen terugrekken.

donderdag 10 maart 2011

1. Ze leefde lang en ongelukkig

Door Rosalien van Witsen

In de achttiende eeuw was Madame du Deffand een beroemde salonnière. Haar ontvangsten werden door de hoge adel, filosofen, schrijvers en kunstenaars bezocht, en haar geestige, vaak venijnige opmerkingen werden alom geciteerd. Talloze brieven aan Voltaire, Montesquieu en anderen zijn bewaard. Maar hoewel ze even scherpzinnig en onderhoudend schreef als ze praatte, werd ze niet zo beroemd als Voltaire. De laatste tijd wordt er terecht meer aandacht aan haar besteed, want zoals Sainte Beuve in de negentiende eeuw al schrijft:
‘…De hele 18e eeuw zou ontbreken en we zouden op literair gebied alleen middelmatige vrouwen aantreffen als er geen Madame du Deffand was geweest.’
 Wat haar afkomst betreft is ze verbonden met de tijd van Lodewijk XIV, met de prachtige taal uit de periode van de klassieken. Ze is in 1697 geboren en gestorven in 1780 en heeft dus bijna de hele achttiende eeuw met zijn verlichte ideeën meegemaakt, maar ze heeft zich nooit laten meeslepen door de filosofie. Evenals Voltaire schrijft ze helder en geestig en doet ze niet onder voor andere auteurs uit deze eeuw.

vrijdag 4 maart 2011

Briefwisseling met Voltaire

Inleiding en vertaling Jeanne Holierhoek

Een markiezin en een filosoof, allebei rond de zeventig. Zij zwaait de scepter over een bloeiende salon in Parijs, maar worstelt in die mondaine drukte met haar melancholie. Hij regeert met vaste hand over zijn landgoed in Ferney, maar vooral is hij bezig met lezen en schrijven. De sombere Madame du Deffand en de levenslustige Voltaire onderhouden contact via een vriendschappelijke, jarenlange briefwisseling. In de winter van 1766 peilen ze elkaars opvattingen over de zin van het leven. Het is niet de eerste keer en ze komen op dat punt ook niet echt dichter tot elkaar, maar het zijn mooie brieven.


Madame du Deffand aan Voltaire
Parijs, 14 januari 1766
Ik mis uw ontwikkeling en ook uw scherpe inzicht, maar mijn opvattingen komen met de uwe overeen. Eigenlijk lijkt het me niet onbelangrijk dat iedereen hetzelfde denkt. Het zou heel gunstig zijn als iedere bestuurder, van de koning tot aan de drost van het kleinste dorp, als principe en uitgangspunt een solide moraal had, want die alleen maakt mensen gelukkig en tolerant.